Voor een goede foto op canvas heb je een goede foto nodig. Daarom is het handigĀ om een paar simpele fotografie tips te lezen. Deze tip gaat over belichting. Simpel gezien is een camera een afgesloten doos met een gat. In deze doos bevindt zich een film of een elektronische sensor. Zolang het gat dicht is, kan er geen licht bij de film/sensor komen. Komt er te veel licht binnen dan raakt de foto overbelicht, maar als er te weinig licht binnenkomt raakt deze juist weer overbelicht. Het is dus de truc om het gat in de doos op het juiste moment te openen en te sluiten.

fotografie tip belichting deel 1 300x224 Fotografie tip belichting   deel 1

Er zijn twee manieren om het licht in de camera te beperken. De tijdsduur waarin het
gat geopend is kleiner te maken of de grootte van het gat in de camera aan te passen. Dit eerste noemen we de sluitertijd of shutter. Op een camera wordt dit vaak aangeduid met 1/100 of een ander getal achter de streep. Dit betekent dat de sluiter 1/100ste van een seconde geopend is. Hoe groter het getal, hoe korte de tijd dat de sluiter geopend is.
De tweede manier noemen we de diafragma of aperture. Deze wordt altijd aangeduid met f-stops. Een voorbeeld van een f-stop is f5.6, f4 of f22. Hoe kleiner het getal, hoe groter het diafragma. Dus hoe kleiner het getal, hoe meer licht in de camera komt. 

Zoals gezegd kan een lichte omgeving, bijvoorbeeld een sneeuwlandschap of een woestijn in de volle zon, de lichtmeting van een camera flink in de war schoppen. Hetzelfde geldt voor een donkere omgeving. In het eerste geval zal je camera de neiging hebben om de foto onder te belichten, waardoor je sneeuw er grijs uit komt te zien, in het tweede geval zal je camera de foto juist overbelichten.Veel SLR camera’s bieden verschillende manieren om licht te meten. De drie methodes die het meest worden gebruikt zijn centraalmeting, meervoudige belichting en spotmeting. Centraalmeting meet de lichthoeveelheid van ongeveer 60% van het beeld en wordt het meest gebruikt. Het is dan ook een betrouwbare methode. Meervoudige meting is bedoeld voor wat moeilijkere lichtsituaties. Het licht wordt op meerdere plekken gemeten en vervolgens geanalyseerd. Hierbij wordt rekening gehouden met extreem lichte of donkere zones. Bij spotmeting wordt een klein deel van het beeld gebruikt. Spotmeting is bijvoorbeeld ideaal voor een persoon in een sneeuwlandschap. Dit omdat de persoon heel donker is en de rest van het beeld heel wit. Bij centraalmeting zou de camera in de war kunnen raken, maar met spotmeting is dit niet het geval.

Er is een aantal methodes om dit probleem te voorkomen. Eerder werd al over spotmeting gesproken. In het voorbeeld uit figuur 1.3 is spotmeting de perfecte oplossing. De schuur heeft een uitstekende, neutrale kleur om de hoeveelheid licht met behulp van spotmeting af te meten. Een andere methode is de meting van de camera simpelweg handmatig te corrigeren. Meet de camera in een lichte omgeving bijvoorbeeld een sluitertijd van 1/250 bij een diafragma van f5.6, dan kan je de camera handmatig instellen op een sluitertijd van 1/125 (1 stop) of 1/60 (2 stops) bij hetzelfde diafragma. In een donkere omgeving zou je de sluitertijd de andere kant op bijstellen; dus van 1/250 naar 1/500 of 1/1000. Ten slotte zou je voor het meten van de lichthoeveelheid gebruik kunnen maken van een 18% grijskaart, die je voor het onderwerp houdt. Een grijskaart kan je bij iedere fotowinkel kopen en kan je eenvoudig meenemen.

> Fotografie tip belichting – deel 2

> Fotografie tip belichting – deel 3

Fotografie tip belichting – deel 1
Tagged on: