Zoals al eerder gezegd in het eerste deel, is diafragma niets meer of minder dan een gaatje die kleiner of groter kan maken. Bij de grootte van dit gaat hoort een nummer, de diafragma. Hoe kleiner dit nummer, hoe groter het gaatje. Voorbeeld van een diafragma-reeks is: 1.9 – 2.8 – 4 – 5.6 – 8 – 11 – 16 – 22 – 32. Niet alle objectieven kunnen deze reeks aan en er zijn ook tussenwaarden zoals 1.8 of 3.5.

 

%name Fotografie tip belichting deel 3Naast de hoeveelheid licht, heeft het diafragma nog één heel belangrijke functie: scherptediepte. Scherptediepte is het gebied waarin de onderwerpen, die je wilt fotograferen, scherp worden weergegeven. Dit gebied kan vrij klein zijn waardoor het onderwerp juist heel scherp is, maar de achtergrond heel onscherp. Het kan ook heel groot zijn, waardoor alles op de foto scherp wordt weergegeven. Scherptediepte is afhankelijk van het diafragma en van de brandpuntsafstand.

rechts7 Fotografie tip belichting deel 3

 

Weinig scherptediepte wordt bereikt door een laag diafragma-getal (bijvoorbeeld 1.8), veel scherptediepte wordt door een hoog diafragma-getal (bijvoorbeeld 22) bereikt.

 

De twee voorbeelden links en rechts geven duidelijk het verschil aan. Links is met laag diafragma-getal geschoten, waardoor het Mickey Mouse-figuurtje scherp is, maar de achtergrond onscherp. In het voorbeeld rechts zie je dat, door het hoge diafragma-getal, de golfer en de achtergrond beide scherp zijn. Als de achtergrond veel storende elementen bevat, dan is een kleine scherptediepte door een laag diafragma-getal een handige manier om de achtergrond niet te laten afleiden van het onderwerp. Als juist alles er op wilt, is een hoog diafragma-getal aan te raden.